Vraag en antwoord

 

  1. Ik heb een ib ontvangen. Hoe ga ik te werk?

    Binnen 5 werkdagen na het ontvangen van het indicatiebesluit neemt u contact op met de cliënt. U maakt met de cliënt afspraken over de zorg en legt dit vast in het zorgdossier van de cliënt. De afspraken die in het zorgdossier staan worden ondertekend door de cliënt en u als zorgaanbieder. Dit valt onder de taken van de dossierhouder.
  2. Wanneer ben ik dossierhouder?

    U bent dossierhouder op het moment dat u de indicatie voor verblijf (ZZP) ontvangt van de cliënt en volgens de productieafspraken met het zorgkantoor de geïndiceerde zorg kan leveren.  
  3. Een wijziging doorgeven. Hoe werkt dat?

    De afdeling Zorgtoewijzing kan alleen ingaan op mutatieverzoeken van de cliënt zelf, diens wettelijk vertegenwoordiger of van de dossierhouder. U bent dossierhouder als u het ZZP van de cliënt toegewezen heeft gekregen en de indicatie overeen komt met de afspraken die u heeft gemaakt met het Zorgkantoor.

    U kunt het mutatieformat downloaden, invullen en toevoegen aan een e-mail. Voor e-mailadressen Zorgtoewijzing verwijzen we u graag naar Service en contact.

  4. Ik heb een sectorvreemde ZZP ontvangen. Wat nu?

    U maakt productieafspraken met de afdeling Inkoop over de zorg die u kunt leveren. Dit kan betekenen dat u productieafspraken maakt voor meerdere grondslagen. Wilt u afspraken maken over cliënten met een bepaalde grondslag, dan moet u bij uw accountmanager van het zorgkantoor aantonen dat u de specifieke zorg kunt leveren conform de leveringsvoorwaarden van het ZZP.

    Heeft u geen specifieke afspraak met onze afdeling inkoop over een grondslag, en u wilt deze cliënt wel zorg bieden, dan wordt het indicatiebesluit omgezet. U vindt een omzettingstabel van instellingsvreemde ZZP's op de pagina over zorgzwaartepakketten. Volgens deze tabel kunt u de zorg declareren.

  5. Een thuiszorgaanbieder levert al zorg bij deze cliënt

    U neemt binnen 5 werkdagen nadat u het ZZP heeft ontvangen contact op met de cliënt om zorgafspraken te maken. De cliënt had al een indicatie voor thuiszorg waar een thuiszorgaanbieder de zorg op levert. U overlegt met de cliënt of deze zorg gecontinueerd kan worden, of dat uw organisatie deze zorg overneemt. Deze afspraken legt u vast in het zorgdossier van de cliënt, daarnaast koppelt u dit per e-mail via een mutatieformulier terug aan de afdeling Zorgtoewijzing. Zorgtoewijzing wijst via het AZR de overbruggingszorg toe aan de thuiszorgaanbieder.
  6. De cliënt wil nog geen zorg

    Belangrijk is om te weten of de cliënt voorlopig geen zorg wil, of helemaal geen zorg wil. Dit vraagt u aan de cliënt op het moment dat u zorgafspraken maakt.

    • Wil de cliënt voorlopig geen zorg, dan blijft de cliënt op uw wachtlijst staan. U bespreekt dit met de cliënt en legt dit vast in het zorgdossier.
    • Kiest de cliënt er voor om helemaal geen gebruik te maken van het indicatiebesluit, dan koppelt u dit per e-mail terug aan de afdeling Zorgtoewijzing. U geeft daarbij aan wat de reden is van het terugleggen van de indicatie. Zorgtoewijzing zal de indicatie op ‘niet actueel’ (slapend) zetten en de cliënt schriftelijk informeren over de gevolgen van het op ‘niet actueel’ zetten van het indicatiebesluit.
  7. Ik wil de zorg bij een cliënt beëindigen

    Als u al zorg levert bij een cliënt en er doet zich de situatie voor dat u deze zorg niet kunt continueren, dan volgt u de procedure zorgbeëindiging in uw contract met het zorgkantoor.

    Zorg beëindigen is alleen mogelijk als er gewichtige redenen bestaan waardoor van u als zorgaanbieder niet verlangd kan worden dat de zorg door u gecontinueerd wordt. U moet schriftelijk kunnen aantonen waarom u niet langer in staat bent om de zorg te continueren.

    U kunt het verzoek indienen bij uw accountmanager, deze beoordeelt of de zorgbeëindiging gegrond is en bespreekt de verdere stappen. Budgettaire redenen zijn geen gegronde redenen. De zorgaanbieder blijft de zorg continueren tot dat deze aan een andere partij overgedragen kan worden. Daarnaast informeert de zorgaanbieder schriftelijk de cliënt of diens wettelijk vertegenwoordiger over de zorgbeëindiging.

  8. Ik kan niet leveren binnen de treeknormen

    U neemt binnen 5 werkdagen nadat u het besluit heeft ontvangen contact op met de cliënt om zorgafspraken te maken.

    • De cliënt kan de keuze maken om te wachten op de zorg, ook buiten de treeknormen. De cliënt blijft dan op uw wachtlijst staan. U overlegt met de cliënt de overbruggingszorg. De cliënt kan zorg ontvangen binnen de gemiddelde zorgtijd van het ZZP.
    • Wil of kan de cliënt niet wachten op zorg buiten de treeknorm, dan kunt u het dossier terugleggen bij de afdeling Zorgtoewijzing. Zorgtoewijzing bemiddelt de cliënt naar een andere zorgaanbieder. U heeft de cliënt op de hoogte gesteld dat u het dossier terug legt bij Zorgtoewijzing.
  9. Ik wil de zorg weigeren

    U neemt binnen 5 werkdagen contact op met de cliënt om zorgafspraken te maken. Samen met de cliënt beoordeelt u dat de zorgvraag niet van uw organisatie verlangd kan worden worden. Gewichtige redenen hiervoor kunnen zijn dat uw organisatie geen productieafspraken heeft voor de afgegeven indicatie.

    U informeert de afdeling Zorgtoewijzing per e-mail dat u de toegewezen indicatie ter bemiddeling terug wil leggen. Daarnaast informeert u de cliënt schriftelijk over de reden dat u de zorg niet kan leveren.
     
    Zorgtoewijzing beoordeelt de teruglegging. Bij akkoord neemt de afdeling Zorgtoewijzing de bemiddeling over en gaat opzoek naar een andere zorgaanbieder voor de cliënt.