Als u partner is opgenomen in een verzorging- of verpleeghuis, dan kan u mee verhuizen met uw partner. Ook als u zelf geen indicatie heeft. U lift dan mee op de indicatie van uw partner. U kan er ook blijven wonen als uw partner onverhoopt komt te overlijden dan wel vertrekt naar een andere instelling.
Een partner die mag meeverhuizen met de verzekerde kan zijn:
- de echtgenoot;
- de geregistreerde partner;
- een ongehuwde meerderjarige die met een ongehuwde meerderjarige zorgvrager een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het een bloedverwant in de eerste graad is.
Als u als gehuwde duurzaam gescheiden leeft van degene waarmee u bent getrouwd, dan wordt u als ongehuwd aangemerkt.
Gezamenlijke huishouding
Bent u een broer of zus met wie de verzekerde een gezamenlijke huishouding voert , dan kan u wel meeverhuizen naar de instelling. Maar als u de zoon of dochter van een verzekerde bent waarmee hij of zij een gezamenlijke huishouding voert, dan geldt deze regeling niet.
Van een gezamenlijke huishouding is sprake als twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zorg dragen voor elkaar door een bijdrage te leveren in de kosten van de huishouding. Dit kan betekenen:
- dat ze met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toepassing van de AWBZ daarmee gelijk zijn gesteld;
- dat uit hun relatie een kind is geboren of een kind van de één is erkend door de ander;
- of dat ze zich wederzijds hebben verplicht tot een bijdrage aan de huishouding vanwege een geldend samenlevingscontract (of dat ze op grond van een registratie zijn aangemerkt als gezamenlijke huishouding).